Workshop Innovatieve trends - docenten

 

Deze handleiding bevat:

 

 

 

 

 

Werkvormen

De workshop Innovatieve trends wordt gegeven in de vorm van twee workshops voor teams van 4 leerlingen.

In deel A worden innovatieve trends en lange termijn ontwikkelingen in de groene sector behandeld.

In deel B wordt een brainstorm gehouden door leerlingen, waarbij eigen innovatieve ideeën worden bedacht.

Uiteindelijk kiest de leerling 1 idee dat hij met een team verder wil gaan uitwerken in de rest van de cursus.

 

 

 

Deel A:

Aan de hand van de powerpointpresentatie Deel A worden de onderwerpen behandeld.

 

Nodig:

Deze workshop kan het beste worden uitgevoerd in een lokaal waar een aantal PC's aanwezig zijn. Dit omdat de leerlingen zelf een aantal internetopdrachten zullen gaan uitvoeren gedurende deze workshop. Op welk moment deze opdrachten moeten worden uitgevoerd staat in de powerpoint beschreven. De opdrachten voor de leerlingen staan in het linkermenu onder het kopje 'Leerlingen'.

Een opdracht staat aangegeven met . De leerlingen kunnen de antwoorden indien nodig kwijt op het antwoordenformulier.

Als u het lesmateriaal gebruikt in een niet-groene opleiding, pas dan de trends voor opdracht 1 en 3 aan aan uw vakgebied.

 

Extra informatie:

Bij een aantal dia's in de presentatie is extra informatie toegevoegd bij de notities. Deze informatie kan u als docent helpen de dia's te presenteren.

 

Gedurende de presentatie krijgen de leerlingen een overzicht met trends die kort worden besproken. Daarna zoeken zij zelf met behulp van vakbladen en internet voorbeelden van deze trends. Deze worden kort gepresenteerd door de leerlingen.

 

Dit resulteert voor elke leerling in een aantal stukken die kunnen worden opgenomen in zijn portfolio:

 

 

 

Deel B:

Aan de hand van de powerpointpresentatie Deel B worden de onderwerpen behandeld.

 

Nodig:

Voor deze workshop is een gewoon lokaal voldoende. Voor het uitwerken van de opdrachten zijn enkele grote vellen papier (flipover) nodig met stiften. Voor het toewijzen van de ideëen heeft de docent Post-it papiertjes nodig.

 

Extra informatie:

De leerlingen gaan een brainstorm houden met de ideëen uit de huiswerkopdracht van vorige keer. De brainstorm zal plaatsvinden in gemengde groepjes van circa 4 leerlingen.

 

Eerst geleide brainstorm met de eigen ideeën (huiswerk) en interesses als uitgangspunt. Met behulp van mindmap/lotusbloem formulier als notitievel.

Daarna losse brainstorm. Out-of-the-box denken als thema.

 

Einddoel is te komen tot enkele ideeën voor producten of diensten die vermarktbaar lijken. Deze worden op poster gezet. Daarna kiezen de leerlingen 1 idee dat hij verder wil gaan uitwerken in de rest van de cursus. De leerlingen krijgen twee Post-It papiertjes met daarop hun naam en het cijfer 1 of 2. Deze plakken ze bij de ideëen van hun keuze (1 bij het beste idee, 2 bij keuze nr 2.)

 

De docent gaat naar aanleiding hiervan de teams vormen voor de verdere uitwerking van de ideëen. Let er hierbij op dat de ideëen wel uitvoerbaar lijken te zijn. De leerlingen hebben 5 a 6 maanden om aan het project te werken. Mocht een idee niet uitvoerbaar blijken te zijn, zorg er dan voor dat de leerlingen bijvoorbeeld een deel van het project op zich nemen.

 

Bedrijfscoach en tussenpresentatie

Als de ideëen en de groepen bekend zijn zorgt de docent ervoor dat iedere groep een bedrijfscoach krijgt toegewezen. Tevens wordt al afgesproken wanneer de eerste presentatie (tussenpresentatie) zal moeten plaatsvinden. Bekijk hiervoor de planning.